Goed in je vel

Spannend is dat, een nieuwe school en nieuwe vrienden… en dat kan best wel leuk zijn. Als dat toch niet helemaal verloopt zoals je verwacht, aarzel dan niet om ons dat te vertellen.

Wat is er aan de hand?

Je voelt je om één of andere reden niet zo goed in de klas of op school, je hebt het thuis niet zo makkelijk, je vindt geen aansluiting met medeleerlingen, er is iets gebeurd…

Extra zorg

Het is mogelijk dat je bij het school lopen en het studeren extra hindernissen ondervindt: je hebt een medisch probleem, je kampt met een leer- of ontwikkelingsstoornis… Als je zo een specifieke onderwijsbehoefte hebt, dan zijn er wellicht tegemoetkomingen nodig om de lessen te kunnen volgen.

  • Van bij de inschrijving gaan de leerlingenbegeleiders in gesprek met jou, je ouders en eventueel andere betrokkenen (de zorgcoördinator van het BAO, je arts, je logopediste, je GON-begeleider, CLB-medewerker…). Samen gaan we op zoek naar haalbare en goede tegemoetkomingen. De maatregelen die genomen worden, zullen afhangen van wat je nodig hebt en wat wij als school kunnen organiseren. Wanneer de maatregelen toch disproportioneel zouden zijn binnen het kader van onze school, worden jij en je ouders daarvan op de hoogte gesteld.
  • GON-aanvraag: beste ouders, als u GON-begeleiding (geïntegreerd onderwijs) zou willen aanvragen voor uw kind in het eerste jaar, is het belangrijk dat u nu in de basisschool vóór de paasvakantie al contact opneemt met het CLB van de basisschool. Het CLB van de lagere school alleen kan de aanvraag voor GON doen. Het loont de moeite om zeker ook contact op te nemen met de leerlingenbegeleider op onze school: zijn/haar expertise kan zeker bijdragen om de GON-begeleiding ten volle te benutten.
  • Observatieperiode: indien mogelijk, lassen we bij de start van het schooljaar gedurende een viertal weken een observatieperiode in, zodat iedereen de tijd krijgt te wennen aan de nieuwe context en we precies kunnen waarnemen waar er moeilijkheden opduiken. Op het einde van de observatieperiode is er een overleg met alle betrokkenen (leerling, ouders, klassenraad) en worden afspraken genoteerd in je pedagogisch dossier. Indien nodig, wordt er een specifiek begeleidingsplan voor dyslexie of dyscalculie voorzien.
  • Evaluatie en bijsturing: Op elke klassenraad en op elk oudercontact wordt deze extra zorg geëvalueerd en eventueel aangepast.

Bij wie kan je terecht op school?

Er zijn heel wat mensen die zullen luisteren naar je zorgen. Wellicht kunnen ze jou helpen. Probeer maar. Zij hebben soms oplossingen waar jij niet meteen aan denkt.

Onthoud: je kiest volledig zelf wie je in vertrouwen neemt.

  • Je ouders en vrienden staan in veel gevallen dicht bij jou en kennen je goed. Als je het moeilijk vindt om zelf hulp te vragen, kunnen zij contact opnemen met de leerlingenbegeleider in jouw plaats.
  • Je klassenleraar, een leerkrachtof opvoeder bij wie je je goed voelt, kan het probleem met jou verkennen. Een leraar heeft de plicht om discreet om te gaan met de informatie die je hem/haar toevertrouwt. Je (klassen)leraar kan raad inwinnen bij de leerlingenbegeleider.
  • Bij de leerlingenbegeleiders kan je altijd terecht met een vraag of melding over je welbevinden, over je studies, over je klas, over aan school gelinkte gebeurtenissen. Zij luisteren naar jou en gaan met jou actief op zoek naar oplossingen binnen het schoolkader. Ook zij gaan discreet om met de gegeven informatie. Ze nemen contact op met je ouders, als dat nodig zou zijn. Wie de leerlingenbegeleiders zijn, vind je verder bij de voorstelling van het team.
  • Bij het CLB. Wil je een gesprek met iemand die onafhankelijk is van de school maar de school toch goed kent, dan kan je terecht bij een CLB-medewerker. CLB-medewerkers hebben beroepsgeheim. Wie de CLB-medewerkers zijn, vind je verder bij de voorstelling van het centrum voor leerlingenbegeleiding.